Braziliaanse bomen – en een biografie op bestelling

Meer dan een halve eeuw geleden verruilde Hans Leusen (78) Limburg voor Brazilië, waar hij honderdduizenden bomen kapte – en nu weer terugplant. Ik schreef zijn biografie.

Met een kersvers diploma van de Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw en een op een vodje papier gekrabbeld contract op zak landde de vijfentwintigjarige Venloënaar Hans Leusen eind 1962 op het vliegveld van São Paulo. Hij sprak geen woord Portugees. Een half jaar later leidde hij een ploeg Braziliaanse arbeiders die in het oerwoud van de deelstaat Paraná honderdduizenden bomen kapte.

‘Die boskap, die moet je bekijken met de ogen van die tijd,’ zegt Leusen. ‘De Braziliaanse regering had besloten dat het oerwoud in het noorden van Paraná plaats moest maken voor de landbouw. De bevolking moest te eten hebben. Het milieu was in de jaren zestig simpelweg geen issue; ik deed gewoon het werk waarvoor ik ingehuurd was.’

foto auto

Visioen inspireert herbebossing
Toch lieten de bomen die Leusen in Paraná kapte hem niet los. Tientallen jaren later, aan het eind van een succesvolle carrière in de tabaksindustrie en een diplomatieke loopbaan als Nederlands honorair consul in de deelstaat Bahia, kreeg Leusen – van huis uit katholiek – een visioen. Aan de hemelpoort wilde de heilige Petrus hem niet tot het paradijs toelaten. De reden? De bomen die Leusen in Paraná gekapt had.

Leusen besloot de bomen terug te planten – zij het op een andere plek. Sinds 2001 zette hij in het binnenland van Bahia een drietal herbebossingsprojecten op, waar naar zijn eigen schatting in totaal al honderdvijftigduizend nieuwe bomen geplant zijn.

Een biografie op bestelling
Het was tijdens een journalistiek bezoek dat ik ruim drie jaar geleden aan Leusens herbebossingsprojecten bracht dat hij me onverwachts vroeg zijn biografie te schrijven.
Daar moest ik even over nadenken. Ik wist dat Leusen een boeiend verhaal te vertellen had, maar een biografie schrijven op bestelling van en betaald door de man over wie het boek zou gaan, dat was een idee waaraan ik even moest wennen.

Ik besloot het te doen. Als freelance buitenlandjournalist is het vandaag de dag moeilijk genoeg om je hoofd boven water te houden. Ethische vraagstukken over vanity publishing me hoela, dacht ik. Hoeveel schrijvers zijn er door de eeuwen heen niet van een mecenas afhankelijk geweest?

Een halve eeuw Brazilië door een Nederlandse bril
We gingen aan de slag. Maanden achtereen trof ik Leusen elke maandag- en vrijdagochtend in zijn kantoor in een koloniaal pand in de oude binnenstad van Salvador, waar destijds ook het Nederlandse consulaat gevestigd was. In de grote voorzaal, waar zeven hoge ramen uitzicht boden op het zestiende eeuwse klooster van Carmo, bakte ik van meer dan twintig uur aan opgenomen gesprekken, schriften vol aantekeningen en mappen vol krantenknipsels een boek van net over de tweehonderd bladzijden. Als ik een vraag had of duidelijkheid wilde over een detail hoefde ik maar een gil te geven – een luxe die weinig biografen ooit gehad zullen hebben. Een mooie bijkomstigheid was dat ik het onderwerp van mijn boek in zijn natuurlijke habitat kon observeren en dat ik het afbouwen van Leusens diplomatieke en professionele carrière van dichtbij meemaakte.

Tijdens een van deze schrijfsessies kwam Paulo Brandão, een Braziliaanse televisiepersoonlijkheid en een oude vriend van Leusen, even buurten. Brandão zei iets waar ik zelf – hoe voor de hand liggend het ook was – nog niet bij stilgestaan had. ‘Je bent bezig een stuk van onze geschiedenis te bewaren.’

Biografieën worden in het algemeen geschreven over kunstenaars, politici, historische figuren. Hoewel er een periode was – de jaren tachtig – dat Leusen in Salvador een plaatselijke beroemdheid was, betwijfel ik ten zeerste of hij ooit het onderwerp van een biografie geworden zou zijn als hij er zelf geen besteld had. En dat zou eeuwig jammer geweest zijn, want zijn verhaal is even meeslepend als uniek. Het is het verhaal van een berooide immigrant die het ver schopt in een ontwikkelingsland dat zich tot wereldmacht ontpopt.
Ik schreef het niet alleen voor Leusen zelf, maar ook voor de ruim achtduizend Nederlanders die volgens de officiële cijfers in Brazilië wonen.

Hoewel Leusen – in zijn eigen ogen en ook in die van de meeste Brazilianen – altijd een Nederlander gebleven is, heeft hij meer tijd op Braziliaanse bodem doorgebracht dan tachtig procent van de nu levende Brazilianen. Juist dat maakt zijn verhaal voor mij als correspondent zo interessant. Meer dan eens had ik bij het schrijven het gevoel dat ik toegang had tot een extern geheugen, een figuurlijke usb-stick met meer dan een halve eeuw Brazilië gezien door een Nederlandse bril.

Op Leusens verzoek schreef ik zijn biografie in het Engels. I have loved – a biography of Hans Leusen is verkrijgbaar via de site van The American Book Center. Een deel van de opbrengst van de verkoop komt ten goede aan het herbebossingsproject van Leusens stichting AMEI in Coração de Maria, in het binnenland van Bahia.

Advertisements